Monumenten van menselijkheid

Gesprekken met musici
Bij jullie doe ik mijn eigen ding - een gesprek met cellist Jurre Koopmans

“Ik doe even veel dingen door elkaar,” vertelt Jurre. “Eerst dit weekend concerten met mijn kwartet, en in de week daarna het concours van de Cello Biënnale. Wat ik daar ga spelen hangt af van het aantal rondes waar ik doorheen kom. In ieder geval een nieuw opdrachtwerk voor het concours van Karmit Fadael, en muziek van Cirri en Popper. In de tweede ronde een Beethoven-sonate, een stukje Schumann en de Crumb solosonate die ik ook bij jullie kom spelen, en in de finale het celloconcert van Sjostakovitsj.
Ik heb flink gestudeerd, maar zo vlak van tevoren heeft dat niet zoveel zin. Ik probeer me nu vooral mentaal goed voor te bereiden. Ik voel me bij concerten inmiddels altijd wel redelijk op m’n gemak, maar bij een concours zit een jury die je beoordeelt en vergelijkt met anderen. Dat kan eigenlijk niet, daar gaat muziek niet over. Je maakt soms andere keuzes omdat je denkt dat zo’n jury daar wat van vindt, meer politiek correct, terwijl dat niet zou moeten. Maar een concours is wel een goede plek om jezelf aan meer mensen te presenteren. Ik ben blij dat ik bij jullie gewoon mijn eigen ding mag komen doen.”

Vanaf zijn negende studeerde Jurre bij Lucia Swarts aan de School voor Jong Talent van het Koninklijk Conservatorium Den Haag. In 2020 begon hij aan datzelfde conservatorium zijn bacheloropleiding bij Larissa Groeneveld. Daarna deed Jurre zijn masteropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam in de klas van Pieter Wispelwey. “Die heb ik afgelopen juni afgesloten, maar in de voorbereiding op het concours mag ik nog af en toe bij Pieter langskomen. Hij is een bijzondere en aardige man, en hij doet helemaal zijn eigen ding, dat is enorm inspirerend. Ik was heel jong toen ik bij Lucia begon en ik ben mijn hele middelbare-schoolperiode bij haar op les geweest. Zij is een hele lieve vrouw die de basistechniek heel goed aanleert, vaak ook in groepslessen. Een docent die je zo lang heeft gevormd, is echt de basis voor alles wat je daarna doet. Daarna wilde ik graag naar Larissa omdat zij alles enorm heeft uitgeplozen, technisch én muzikaal. Soms gingen haar lessen een uur of anderhalf uur lang over twee maten. Dat was toen heel goed voor mij. Daarna wilde ik naar een rasmuzikant, dus toen kwam ik bij Pieter. Hij is een combinatie van alle drie, want hij is ook technisch bizar goed. Als je op les komt, heeft hij soms net de hele week op iets nieuws gestudeerd dat hij per se onder de knie wilde krijgen. Hij ontwikkelt zichzelf nog steeds.”

“Ik speel graag en veel kamermuziek, ook graag solo, maar het meeste wat ik doe is met het Viride Kwartet of met Victor Su. Ik heb hen allemaal ontmoet op de school voor jong talent in Den Haag. Volgend seizoen is al het tiende van ons kwartet. Dat is heel arbeidsintensief, een soort huwelijk van vier mensen. Ontzettend leuk en je leert veel van elkaar. Toen we nog op dezelfde school zaten, begonnen we soms al om 8 uur ’s ochtends en dan gingen we na schooltijd weer door, gewoon elke dag. Nu woont onze eerste violist in Bazel, maar ze komt wel heel veel hier. Rondom de concerten hebben we dan altijd een aantal hele intensieve dagen.
Met Victor speel ik nog langer dan met het kwartet. Ik ben ooit een pianotrio met hem begonnen, en daarna zijn hij en ik altijd samen blijven spelen. Ik speel met veel verschillende pianisten, ook op de conservatoria, maar Victor heeft een soort ander zintuig waarmee hij je heel goed volgt en ook zelf heel veel inbrengt. Daardoor sla je soms andere wegen in en word je weer op een andere manier geïnspireerd. Hij is meer dan een begeleider, het is een echte gelijke samenwerking.”

Dat laatste heb je ook wel nodig in de cellosonate van Rachmaninov. Die muziek hebben we in onze serie al leren kennen door het Vita Duo, dat het stuk onlangs met saxofoon en piano bij ons speelde. “Wat leuk, ik denk dat het op saxofoon vast heel goed werkt. Het is ook heel mooi geschreven voor cello, heel zangerig. De klank van de cello ligt heel dicht bij de menselijke stem. Dit stuk is daar het perfecte voorbeeld van. Zulke mooie melodieën die alleen Rachmaninov kan schrijven, met een prachtige pianobegeleiding. Ik merk vaak, ook in Beethovensonates, dat componisten die zelf hele goed pianisten zijn ook geweldige pianopartijen schrijven. Daardoor worden het hele goede stukken. Rachmaninov heeft weinig kamermuziek geschreven, een paar pianotrio’s en wat strijkkwartetten, maar die zijn eigenlijk nooit echt afgemaakt. Dat maakt dit stuk extra bijzonder. Toen zijn eerste symfonie behoorlijk was geflopt, schreef hij heel lang niets. Het eerste wat daarna kwam was dit stuk, samen met het tweede pianoconcert.”

De cellosonate van Rachmaninov bewaren Jurre en Victor tot na de pauze. “We doen voor de pauze allebei een solo. Zo hoor je ons eerst apart en daarna samen. Dat had ook een praktische reden, vanwege het celloconcours. Daardoor hadden we minder repetitietijd met z’n tweeën.” Victor speelt de Kreisleriana van Schumann en Jurre de cellosonate van Crumb. Dat zijn twee verschillende werelden. “Ja, heel anders. Crumb was een Amerikaanse avantgardecomponist, richting het moderne, en Schumann schrijft vroeg-romantische muziek.”
George Crumb overleed in februari 2022 op 93-jarige leeftijd. Hij schreef de cellosonate voor zijn moeder toe hij 26 was. “Ik heb wel eens mensen gesproken die dat stuk nog voor hem hebben gespeeld. Hij was een beetje geïrriteerd, want het is het enige stuk van hem dat heel veel wordt uitgevoerd. Hij vond het een jeugdwerk en wilde graag dat zijn latere muziek ook aan bod kwam. Dit stuk is ook eigenlijk geen avantgardemuziek. Het is heel zangerig. Het eerste deel is een fantasie en het tweede deel heet pastorale. Als ik bij een concert wat uitleg geef, leg ik altijd de connectie met de Pastorale van Beethoven met een heel landelijke sfeer. De Crumb-sonate is ook absoluut geen piep-knars muziek. Ik vind het laatste deel altijd erg leuk om te spelen. Dat is een toccata, heel expressief met veel snelle noten. In het midden daarvan zit een soort
bebop jazzachtig stuk. Crumb heeft die muziek ook vast gehoord.

Dankzij het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds kan Jurre op een prachtig instrument spelen, gebouwd door Thomas Meuwissen in Brussel, 2008. “Mensen zeggen vaak dat oudere instrumenten beter zijn, maar ik vind dit een hele mooie cello.” Ook zijn strijkstok, gebouwd door Emil Werner, is ter beschikking gesteld door het fonds. “Daar zit echt een heel bijzonder verhaal aan vast want dat is een oude stok van Frieda Belinfante. Ik weet niet precies hoelang ze daarop gespeeld heeft, maar hij was zeker van haar. Haar leven is fascinerend. Daar is een heel mooi boek over geschreven. Pieter speelt in de les ook wel eens even iets met mijn stok, hij vindt het een Rolls Royce omdat alles er makkelijk mee gaat. Het is geen onwijs dure stok, maar wel een hele mooie. Met kwartet spelen we vaak het strijkkwartet van Henriëtte Bosmans en ik heb vorig jaar haar Poème voor cello en orkest gespeeld, die schreef ze voor Frieda Belinfante. Bij het studeren dacht ik toen: het zou kunnen dat deze stok dat stuk al eerder heeft gespeeld.”

Bert Honig, oktober 2026


Interview met Maria Nemtsova

“Tien dagen na de Russische invasie in Oekraïne, maart 2022, zijn we in de auto gestapt. De beslissing om weg te gaan hebben we in één dag genomen. Vitaly had daarvoor al bij saxofonist Arno Bornkamp gestudeerd, dus Nederland was voor ons een logische bestemming.”
Weggaan was één ding, aankomen in Nederland was wat anders. Omdat Vitaly Oekraïner van geboorte is en al in Nederland studeerde was het vinden van een woonplek niet het grootste probleem. Maar een plek vinden in de Nederlandse muziekwereld is tot op heden een moeilijke operatie.

Voor veel mensen in Rusland kunnen de kunsten, en dus ook de muziek, een soort schuilplaats zijn, een veilige plek in moeilijke of repressieve omstandigheden. “Het heeft iets heiligs”, zegt Maria, iets wat respect verdient zonder dat je dat hoeft uit te leggen. Dat betekent ook dat de opleidingen zeer serieus worden genomen.
Muziek geldt daar niet als vermaak of entertainment maar als een echt vak, dat je begint te leren als je 6 jaar bent, met twee keer per week minstens drie kwartier les, plus theorie, solfège, muziekgeschiedenis, met als doel een werkelijke vakbekwaamheid.

Hoe anders is het in Nederland. Muziek komt meestal uit luidsprekers of oortjes, het is vooral plezier. Als musicus leven en je geld verdienen wordt steeds moeilijker omdat het hele bouwwerk van aandacht voor muziek op school, muziekscholen en in de media langzaam verdwijnt. Maria en Vitaly merken dat nog dagelijks.

Al voordat zij hiernaartoe kwamen waren zij onder de indruk geraakt van wat muziek kan betekenen voor mensen die iets verschrikkelijks hebben meegemaakt. Zij gaven in 2011 een concert in Beslan, voor moeders die hun kinderen hadden verloren in de rampzalige gijzeling van de school in 2004.
“Zonder woorden je te kunnen verbinden met de pijn die al die mensen voelden, en een erkenning te kunnen bieden voor wat zij hadden meegemaakt, was een onvergetelijke ervaring. Er ontstond een eenheid, een universele connectie, alsof we gelijk gestemd waren.”

Deze concerten vonden plaats in het kader van het internationale liefdadigheidsproject “Music for Peace”, met concerten en masterclasses voor jonge musici in conflictgebieden. Dit bracht ze naar 20 landen, van Kosovo en Bosnië tot Armenië, Israël en Tunesië. In 2021 stopte dit.

Na hun vlucht naar Nederland proberen zij hun weg te vinden in het Nederlandse muziekleven. “We doen dat om te overleven”, zegt Maria. “Er is geen weg die voor ons klaarligt. Wat ik heel graag doe, ook omdat ik het zelf kan initiëren, is een soort muzikaal conservatorschap op me nemen in projecten waarin verschillende kunstvormen bij elkaar komen. Zo heb ik muziek van Edison Denisov gespeeld bij een tentoonstelling rondom Jeroen Bosch; in november volgt een project naar aanleiding van de tentoonstelling en het overlijden van Yayoi Kusama. Ook het project ‘Foreign agent Mulder’, dat aandacht vraagt voor de tieners die in Rusland in de gevangenis belanden wegens hun standpunt over de oorlog in Oekraïne, past hierin. Ik houd van het samenkomen van die verschillende media, film, poëzie, muziek. Ik kies de muziek helemaal intuïtief, meer vanuit wat ik voel dat past dan vanuit historische referenties of iets dergelijks.”

De concerten die Maria en Vitaly in Zaandam en Heiloo geven zijn eigenlijk heel klassiek van repertoire. “We willen graag laten horen hoe de saxofoon, een nog ‘jong’ instrument, in staat is om alle kleuren en expressie van de meer gangbare instrumenten als viool en cello net zo goed of soms misschien zelfs beter weer te geven.” Naast deze missie hebben zij een grote belangstelling en liefde voor de nieuwe muziek.

Wij zijn blij en trots om Maria en Vitaly een podium te kunnen bieden, en hopen dat velen dat gevoel delen en komen luisteren in
Heiloo (4 oktober 15.00 Witte Kerk) of Zaandam (18 oktober 15.30 Vermaning).

28 sept. ’26, Roel Stern